ECLI:NL:RBDHA:2020:14214
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang financiële noodsituatie
Verzoekers hebben bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Leiden. Het verzoek betrof het opheffen van deze bestuursdwang vanwege vermeende financiële schade en vertraging in de oplevering van appartementen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat voor het treffen van een voorlopige voorziening onverwijlde spoed vereist is, waarbij een financieel belang op zichzelf niet voldoende is. Alleen bij een acute financiële noodsituatie, bedreiging van de continuïteit van de onderneming of een onomkeerbare situatie zoals faillissement kan hiervan worden afgeweken.
Verzoekers stelden dat zij inkomsten misliepen en wanprestatie pleegden jegens huurders door de bouwstop, wat hun liquiditeit bedreigde. Deze stellingen werden echter onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk gemaakt als een acute noodsituatie.
Daarom werd het verzoek afgewezen en is niet inhoudelijk op de rechtmatigheid van het besluit ingegaan. De aangevoerde bezwaren zullen in bezwaar door verweerder worden heroverwogen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.H. Smits op 16 december 2020 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.