ECLI:NL:RBDHA:2020:14213
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitbetaling WIA-uitkering ondanks toekenning
Eiser was werkzaam bij twee werkgevers in 2017 en meldde zich ziek in januari 2018. Hij ontving een Ziektewetuitkering tot januari 2020 en vroeg in november 2019 een WIA-uitkering aan. Verweerder kende de WIA-uitkering toe met ingang van 23 januari 2020, maar besloot deze niet uit te betalen omdat eiser meer dan 75% van het WIA-maandloon verdiende bij zijn huidige werkgever.
Eiser voerde aan dat het WIA-maandloon niet over het gehele jaar 2017 berekend moest worden omdat hij 4,5 maand ziek was en geen loon ontving, en dat de startersregeling en regeling voor onbepaald verlof toegepast moesten worden. De rechtbank overwoog dat eiser niet aan de voorwaarden voor de startersregeling voldeed omdat hij in januari 2017 loon ontving.
De rechtbank stelde vast dat de berekening van het dagloon volgens het Dagloonbesluit correct was toegepast en dat de regelgeving geen ruimte liet voor een afwijkende berekening. De gronden van eiser werden weliswaar als begrijpelijk erkend, maar konden het besluit niet veranderen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de toegekende WIA-uitkering niet uit te betalen is ongegrond verklaard.