ECLI:NL:RBDHA:2020:14211
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser was werkzaam als opperman stratenmaker en ontving een Ziektewetuitkering na uitval. Zijn aanvraag voor een WIA-uitkering werd afgewezen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na een herbeoordeling handhaafde het UWV dit standpunt. Eiser voerde aan dat zijn lichamelijke gesteldheid verslechterd was en verwees naar medische rapporten van zijn cardioloog en orthopeed.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen hun rapporten zorgvuldig hadden opgesteld en dat de medische informatie van behandelaars was betrokken bij de beoordeling. De extra beperkingen leidden slechts tot een geringe aanpassing van het arbeidsongeschiktheidspercentage van 18% naar 23%. De rechtbank vond geen aanleiding om het oordeel van het UWV te verwerpen.
Eiser's zorgen over zijn gezondheid en leeftijd werden erkend, maar boden onvoldoende grond om de weigering van de WIA-uitkering te herzien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.