ECLI:NL:RBDHA:2020:14031
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid eiser in vordering tot strafonderbreking wegens beroep bij RSJ
Eiser, gedetineerd sinds januari 2020 en veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, verzocht om strafonderbreking vanwege het coronavirus en het besmettingsgevaar binnen de penitentiaire inrichting. De selectiefunctionaris weigerde dit verzoek, stellende dat angst voor besmetting geen bijzondere persoonlijke omstandigheden vormt voor strafonderbreking en dat adequate maatregelen zijn getroffen.
Eiser vorderde vervolgens in kort geding onmiddellijke vrijlating voor zes maanden, stellende dat de Staat tekortschiet in zijn zorgplicht en dat strafonderbreking noodzakelijk is om besmetting te voorkomen. De Staat verweerde zich met het verweer dat tegen de beslissing van de selectiefunctionaris een beroepsmogelijkheid bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) openstaat, waardoor de rechter niet-ontvankelijk is.
De voorzieningenrechter volgt de Staat en oordeelt dat de beroepsprocedure bij de RSJ een voldoende waarborgen biedende rechtsgang is, die de weg naar de burgerlijke rechter uitsluit. Gezien de verwachting dat de RSJ binnen twee weken beslist, is geen spoedeisend belang voor de rechterlijke tussenkomst. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot strafonderbreking en veroordeeld in de proceskosten.