Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 28 mei 2020 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij vordert tevens schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak op basis van stukken behandeld.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 15 juli 2020 waarin de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden. De kern van het geschil is of sinds die datum het voortduren van de bewaring nog gerechtvaardigd is. Eiser stelt dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is vanwege de coronamaatregelen en het uitblijven van medewerking van Marokkaanse autoriteiten aan de afgifte van een laissez passer. Tevens voert hij aan dat verweerder onvoldoende voortvarend is in het bevorderen van zijn uitzetting.
Verweerder betoogt dat de reisbeperkingen tijdelijk zijn en dat het verkrijgen van een laissez passer afhankelijk is van de Marokkaanse autoriteiten, die niet hebben aangegeven geen documenten te zullen afgeven. Verweerder wijst erop dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting, onder meer door het weigeren van gesprekken met maatschappelijke instanties en het niet inschrijven bij de Internationale Organisatie voor Migratie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende inspanningen heeft verricht en dat eiser niet de vereiste actieve medewerking verleent. Er zijn geen feiten die een belangenafweging in het voordeel van eiser rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.