ECLI:NL:RBDHA:2020:1363

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 februari 2020
Publicatiedatum
19 februari 2020
Zaaknummer
C/09/587312 / FA RK 20-235
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg aan betrokkene met neurobiologische ontwikkelingsstoornissen

De rechtbank Den Haag behandelde op 3 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 2000, met een neurobiologische ontwikkelingsstoornis waaronder autismespectrumstoornissen.

Uit de medische verklaringen, het zorgplan en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Vrijwillige zorg bleek niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.

De rechtbank stelde vast dat de voorgestelde zorgmaatregelen, zoals medicatie, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, lichamelijk onderzoek en beperkingen in de vrijheid, evenredig en effectief zijn en geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar zijn. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden en geldt tot uiterlijk 3 augustus 2020.

Betrokkene verzette zich niet tegen het verzoek. De beschikking werd uitgesproken door rechter L. Koper en griffier B.T.E. Groenendijk-Muller. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte zorg aan betrokkene met neurobiologische ontwikkelingsstoornissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/587312 / FA RK 20-235
Datum beschikking: 03 februari 2020
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikkingnaar aanleiding van het op 22 januari 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de man],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. mr. Y. Polko te Den Haag.

1.Procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op
23 januari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 13 januari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 15 januari 2020 met bijlagen;
- een zorgplan van 9 januari 2020met bijlagen;
- een beoordeling van de geneesheer-directeur van 21 januari 2020 op het zorgplan;
- een bij beschikking van 2 januari 2020 van de rechtbank verleende voortzetting inbewaringstelling welke wordt aangemerkt als voortzetting crisismaatregel;
- justitiële documentatie (blanco);
- politiemutaties.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
03 februari 2020.
1.3
Ter zitting waren de volgende personen aanwezig, die door de rechtbank zijn
gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat,
- de behandelend [arts] ,
- een co-assistent
- een verpleegkundige van de afdeling,
- de [vader van betrokkene] .

2.Verweer

De betrokkene heeft ter zitting geen verweer gevoerd. De advocaat heeft aangevoerd dat in feite geen sprake is van verweer omdat betrokkene zich niet echt verzet tegen behandeling.

3.Beoordeling

3.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. autismespectrumstoornissen).
3.2
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
3.3
Om de aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
3.4
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag beïnvloedende middelen en
gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg
hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van
communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op bezoek;
- opnemen in een accommodatie.
3.5
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
3.6
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
3.7
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

4.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[de man] ,
geboren op [geboortedag] 2000 [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie voor de duur van zes maanden;
- beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van zes maanden;
- insluiten voor de duur van zes maanden;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van zes maanden;
- onderzoek aan kleding of lichaam voor de duur van zes maanden;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg
hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van
communicatiemiddelen voor de duur van zes maanden;
- opnemen in een accommodatie voor de duur van zes maanden;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 03 augustus 2020;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Koper rechter, bijgestaan door mr. B.T.E. Groenendijk-Muller als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 03 februari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 februari 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.