ECLI:NL:RBDHA:2020:13628
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, een Syrische asielzoeker, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard bij besluit van 15 juli 2020.
Tegen dit besluit stelde verzoeker beroep in en verzocht hij tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 13 augustus 2020.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.14067), was het verzoek om voorlopige voorziening niet meer ontvankelijk en werd het afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier A. Wilpstra-Foppen, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank al op het beroep heeft beslist.