ECLI:NL:RBDHA:2020:13627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring herhaalde asielaanvraag en oplegging inreisverbod afgewezen
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen en in hoger beroep was bevestigd. Verweerder verklaarde de herhaalde aanvraag niet-ontvankelijk omdat geen nieuwe elementen of bevindingen waren aangevoerd. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd omdat eiser niet voldeed aan het opgelegde terugkeerbesluit.
Eiser voerde aan dat hij onterecht niet is gehoord en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel zijn geschonden. Ook stelde hij dat de termijn voor het indienen van een zienswijze niet verlengd was, terwijl corona-maatregelen overleg bemoeilijkten. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht kon afzien van het horen op grond van het gewijzigde artikel 3.118b, derde lid, Vreemdelingenbesluit en dat geen bijzondere omstandigheden waren die een ander oordeel rechtvaardigden.
Verder vond de rechtbank dat de opgelegde termijn voor het indienen van de zienswijze voldoende was verlengd en dat de nieuwe informatie onvoldoende was om het eerdere oordeel te wijzigen. Het inreisverbod was terecht opgelegd omdat eiser niet binnen de vertrektermijn aan het terugkeerbesluit had voldaan. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag en het opleggen van een inreisverbod is ongegrond verklaard.