ECLI:NL:RBDHA:2020:13626
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkheid asielaanvraag
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag bij besluit van 16 juli 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 13 augustus 2020, gelijktijdig met de behandeling van een gerelateerde zaak. Verzoeker was niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.14390), was een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Het verzoek werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier A. Wilpstra-Foppen. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet openbaar plaats, maar zal deze worden uitgesproken zodra dat weer mogelijk is. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.