Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2020:1357

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2020
Publicatiedatum
19 februari 2020
Zaaknummer
C/09/588250 / FA RK 20-717
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wvggz

De rechtbank Den Haag behandelde op 13 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1985. De crisismaatregel was oorspronkelijk opgelegd op 9 februari 2020 door de burgemeester van Leiden.

Ter zitting gaf betrokkene aan liever naar huis te willen met hulp en had bezwaren tegen dagelijkse medicatie vanwege vermoeidheid. Zijn advocaat betwistte ernstig nadeel en onvrijwilligheid, stellende dat betrokkene zich vrijwillig had gemeld. De rechtbank stelde echter vast dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en agressie-uitlokkend gedrag.

De rechtbank oordeelde dat ondanks het vrijwillige melden betrokkene op dit moment niet bereid is tot verblijf en medicatiegebruik, en dat in de thuissituatie gevaarlijke situaties zijn ontstaan. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde verplichte zorg is evenredig en effectief. Daarom werd de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor de duur van drie weken, met maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie.

De beschikking is uitgesproken door rechter I. Zetstra en griffier B.T.E. Groenendijk-Muller en schriftelijk vastgesteld op 20 februari 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/588250 / FA RK 20-717
Datum beschikking: 13 februari 2020

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 10 februari 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de man] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. I. Aardoom-Fuchs te Gouda.

Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 9 februari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel van 9 februari 2020;
  • een op 9 februari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
  • een uittreksel uit de justitiële documentatie;
  • een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 februari 2020.
Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • waarnemend [arts] ;
  • de [verpleegkundige] ;
  • de [moeder van betrokkene] .
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

Standpunten ter zitting

De betrokkene heeft ter zitting aangevoerd dat hij liever niet wil blijven en naar huis wil gaan met hulp. De betrokkene heeft verklaard dat hij zijn leven weer op wil pakken, zijn huis en de honden wil verzorgen en zijn sociale contacten wil herstellen. De betrokkene heeft voorts verklaard de medicatie te nemen als de rechtbank hem zegt dat te moeten doen. De betrokkene heeft bezwaren tegen dagelijkse medicatie omdat hij daar ernstig vermoeid van raakt en zou liever één keer per week zijn medicatie krijgen.
De advocaat heeft namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit en daartoe aangevoerd dat ernstig nadeel en onvrijwilligheid door betrokkene worden betwist. Er was immers al een vrijwillige basis. De betrokkene heeft zich zelf gemeld omdat hij niet meer sliep. Er is een gesprek met de psychiater geweest waarop de crisismaatregel van de burgemeester volgde waarbij het niet duidelijk is geworden wat de aanleiding daartoe is geweest. De betrokkene zegt dat hij is opgeknapt en naar huis wil.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
-levensgevaar;
-ernstig lichamelijk letsel;
-ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Hoewel het de betrokkene zelf is geweest die zich heeft gemeld met een hulpvraag, is hij op dit moment niet bereid langer in het ziekenhuis te verblijven en uit betrokkene bedenkingen tegen de door de behandelaren voorgeschreven medicatie. In de thuissituatie zijn gevaarlijke dingen gebeurd. Dit is geen goede situatie. Betrokkene zal daartegen beschermd moeten worden. Omdat sprake is van verzet tegen behandeling en verblijf in de accommodatie, is de voortzetting van de crisismaatregel nodig. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[de man] ,

geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen;
- toedienen van medicatie voor de duur van drie weken;
- verrichten medische controles voor de duur van drie weken;
- beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van drie weken;
- insluiten voor de duur van drie weken;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van drie weken;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen voor de duur van drie weken;
- opnemen in een accommodatie voor de duur van drie weken;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 maart 2020;

wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. I. Zetstra, rechter, bijgestaan door mr. B.T.E. Groenendijk-Muller als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 februari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 februari 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.