De officier van justitie verzocht op 10 februari 2020 om verlenging van een crisismaatregel die op 9 februari 2020 was opgelegd aan betrokkene, geboren in 1971 en verblijvend in een accommodatie. De mondelinge behandeling vond plaats op 13 februari 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat, de behandelend psychiater, verpleegkundige en co-assistent werden gehoord met behulp van een tolk.
Betrokkene verklaarde bereid te zijn vrijwillig in de accommodatie te verblijven en gaf aan graag zelfstandig te willen wonen in Vlaardingen. De psychiater stelde dat het psychotische toestandsbeeld met katatoon kenmerken was genormaliseerd en dat medicatie werd afgebouwd. Er was vertrouwen in een verblijf op vrijwillige basis.
De rechtbank overwoog dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis, maar dat het toestandsbeeld was verbeterd en betrokkene geen bezwaar maakte tegen noodzakelijke zorg. Voortzetting van de crisismaatregel was daarom niet noodzakelijk. De rechtbank wees het verzoek tot verlenging af en stelde de beschikking op 20 februari 2020 schriftelijk vast.