ECLI:NL:RBDHA:2020:13351
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens COVID-19 pandemie en volksgezondheidsrisico
Eiseres, een Filipijnse staatsburger, vroeg op 29 oktober 2019 een visum voor kort verblijf aan om haar partner te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van artikel 32 van Pro de Visumcode, vanwege een bedreiging voor de volksgezondheid in verband met de COVID-19 pandemie.
Na bezwaar verklaarde de minister dit bezwaar ongegrond, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de minister een ruime beoordelingsmarge heeft bij visumaanvragen en dat de afwijzing gegrond was omdat tijdelijke beperkingen golden voor niet-essentiële reizen naar de EU ter bescherming van de volksgezondheid.
Eiseres kon niet worden aangemerkt als reiziger met een essentiële functie of met een wezenlijk belang, waardoor zij niet in aanmerking kwam voor een visum. De rechtbank stelde vast dat COVID-19 als epidemische ziekte valt onder de Schengengrenscode en dat Nederland beschermende maatregelen heeft getroffen. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wegens COVID-19-gerelateerde beperkingen wordt ongegrond verklaard.