ECLI:NL:RBDHA:2020:13327
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens COVID-19-pandemie
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, vroeg op 8 oktober 2019 een visum voor kort verblijf aan voor familiebezoek. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 18 oktober 2019 af op grond van artikel 32 van Pro de Visumcode vanwege risico's voor de volksgezondheid in het kader van de COVID-19-pandemie.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, stellende dat verweerder had moeten wachten met het nemen van een beslissing en dat het belang van eiser zwaarder woog dan dat van verweerder. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond op basis van artikel 32, lid 1, onder a) vi van de Visumcode en artikel 2, lid 21 van de Schengengrenscode, vanwege tijdelijke beperkingen op niet-essentiële reizen naar de EU ter bescherming van de volksgezondheid.
De rechtbank overwoog dat verweerder een ruime beoordelingsmarge heeft bij het weigeren van visumaanvragen op grond van volksgezondheidsrisico's, zoals bevestigd in het arrest Koushkaki van het Hof van Justitie. Gezien de aard van de pandemie, de maatregelen en het besmettingsgevaar vormde eiser een mogelijke bedreiging van de volksgezondheid. Verweerder was bevoegd het bezwaar ongegrond te verklaren zonder individuele beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat het belang van een tijdige beslissing zwaarder woog dan het belang van eiser om te wachten, mede omdat onduidelijk was hoe lang de maatregelen zouden duren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wegens COVID-19-pandemie is ongegrond verklaard.