ECLI:NL:RBDHA:2020:13235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag wegens prematuur ingebrekestelling
Eiser heeft op 24 juli 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Volgens eiser was de beslistermijn overschreden. Verweerder stelde zich op het standpunt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de beslistermijn door hem rechtmatig met zes maanden was verlengd.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 de beslistermijn zes maanden bedraagt en dat deze termijn door verweerder met zes maanden is verlengd conform WBV 2020/12. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze verlenging als rechtmatig beoordeeld. Omdat de ingebrekestelling van eiser op 24 juni 2020 werd gedaan terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken, was deze prematuur.
Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.P. Hameete en griffier H.L. de Vries. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.