De rechtbank Den Haag behandelt het beroep tegen het besluit van 4 mei 2018 betreffende een omgevingsvergunning. In een eerdere tussenuitspraak werd vastgesteld dat het bouwplan niet voldeed aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking', waardoor de rechtbank verweerder de gelegenheid gaf dit gebrek te herstellen.
Verweerder liet een behoefte-onderzoek uitvoeren door het Bureau Stedelijke Planning (BSP), dat concludeerde dat er een grote behoefte is aan detailhandel en horeca in de betreffende plaats. Dit rapport werd niet bestreden door eiseressen of vergunninghoudster, die zich achter het herstel schaarden.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig en consistent is en dat verweerder daarmee het motiveringsgebrek heeft hersteld. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens het eerdere gebrek, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseressen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.