ECLI:NL:RBDHA:2020:13107
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verpleegkundige ontucht met patiënte wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen een verpleegkundige die werd beschuldigd van ontucht met een patiënte binnen een GGZ-instelling op 30 juni 2017. De verdachte ontkende de ten laste gelegde feiten. De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens gebrek aan overtuigend bewijs.
De rechtbank benadrukte dat in zedenzaken vaak alleen verklaringen van het slachtoffer en de verdachte beschikbaar zijn. Volgens artikel 342, tweede lid, Sv is het niet toegestaan een bewezenverklaring uitsluitend te baseren op één getuige zonder steunbewijs. Hoewel er contact en seksueel getinte berichten tussen verdachte en aangeefster waren, ontbrak het aan voldoende steunbewijs dat de ontucht bevestigde. Getuigenverklaringen van familie en medepatiënten waren onvoldoende onafhankelijk en ondersteunden de beschuldigingen niet.
De rechtbank concludeerde dat de belastende verklaringen van het slachtoffer onvoldoende werden ondersteund door ander bewijs. Hierdoor kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld wat er in de woning van de verdachte op 30 juni 2017 is gebeurd. De verdachte werd vrijgesproken. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs naast verklaringen van het slachtoffer.