ECLI:NL:RBDHA:2020:13029
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vader moet medewerking verlenen aan zorgregeling voor kerstvakantie verblijf minderjarige bij moeder in Italië
De rechtbank Den Haag behandelde een kort geding tussen ouders die gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben over hun minderjarige zoon, waarbij de moeder in Italië woont en de vader in Nederland. Het geschil betrof de uitvoering van een zorgregeling die bepaalt dat de minderjarige de kerstvakantie bij de moeder in Italië doorbrengt. De moeder vorderde dat de vader medewerking verleent aan de reis, inclusief het kopen van tickets en het regelen van een COVID-19 test, met een dwangsom bij niet-nakoming.
De vader voerde verweer vanwege het Nederlandse reisadvies dat reizen naar het buitenland niet noodzakelijk acht en vanwege het besmettingsrisico en quarantaineverplichting bij terugkeer. Hij stelde dat het niet in het belang van de minderjarige is om te reizen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het belang van de minderjarige bij fysiek contact met beide ouders zwaarder weegt dan de risico's, die ook in Nederland aanwezig zijn. Het reisadvies staat een noodzakelijke reis in het kader van een rechterlijke uitspraak niet in de weg.
De rechter bepaalde dat de vader de zorgregeling moet naleven en alle noodzakelijke handelingen moet verrichten om de reis mogelijk te maken, waaronder het kopen van vliegtickets en het regelen van begeleiding en een COVID-19 test. De moeder moet de terugreis verzorgen op haar kosten als het reisadvies wijzigt waardoor terugkeer niet meer vrijelijk mogelijk is. Beide ouders worden veroordeeld tot een dwangsom bij niet-nakoming, met een maximum van €10.000, en dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vader wordt bevolen medewerking te verlenen aan de zorgregeling zodat de minderjarige de kerstvakantie bij de moeder in Italië doorbrengt, met voorwaarden voor terugkeer bij wijziging reisadvies.