Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 525,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, met de Guinese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening, omdat België verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van haar asielverzoek.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek samen met een gerelateerde bodemzaak. Bij uitspraak in de bodemzaak werd het beroep gegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en het verzoek daartoe werd afgewezen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €525,-, welke aan de rechtsbijstandverlener betaald dienen te worden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier A. Vranken, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak gegrond is verklaard.