ECLI:NL:RBDHA:2020:1275
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel met betrekking tot Italië
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 23 november 2019 een asielverzoek in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam dit verzoek niet in behandeling, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van gegevens uit Eurodac waaruit bleek dat eiser daar al een asielverzoek had ingediend.
Eiser stelde dat de staatssecretaris zijn discretionaire bevoegdheid had moeten gebruiken om het verzoek alsnog in behandeling te nemen, vanwege twijfels over het functioneren van het Italiaanse asielsysteem. Hij verwees naar een recent rapport van Schweizerische Flüchtlingshilfe en andere publicaties die volgens hem het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondermijnen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitging, zoals bevestigd door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het nieuwe rapport en andere publicaties bevatten geen wezenlijk andere informatie die een ander oordeel rechtvaardigen. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser gaven geen aanleiding om af te wijken van de Dublinverordening.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier W.H. Mentink op 13 februari 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard.