ECLI:NL:RBDHA:2020:12649
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in strafzaak wegens gebrek aan onpartijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij zijn strafzaak, met name vanwege haar eerdere optreden tijdens raadkamerzittingen in 2019 en haar bejegening tijdens de inhoudelijke behandeling op 4 november 2020.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek voor zover het ziet op het eerdere optreden tijdens de raadkamerprocedures te laat is ingediend en daarom niet-ontvankelijk is. Voor het wrakingsverzoek dat betrekking heeft op de bejegening tijdens de zitting van 4 november 2020 is geen sprake van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. De opmerkingen van de rechter over de lange duur van de procedure en het ontbreken van een adres van verzoeker worden als gebruikelijk en niet bevooroordeeld beschouwd.
De wrakingskamer benadrukt dat het niet ongebruikelijk is dat rechters meerdere keren bij een zaak betrokken zijn en dat dit op zichzelf geen reden is voor wraking. Er is geen sprake van een verstoorde verhouding die het oordeel van de rechter zou kunnen beïnvloeden. Het wrakingsverzoek wordt dan ook afgewezen en de strafzaak wordt voortgezet in de stand van het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk voor eerdere raadkamerprocedures en afgewezen voor de bejegening tijdens de zitting van 4 november 2020.