Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 februari 2020 met producties 1 t/m 16;
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 3;
- het tussenvonnis van 5 augustus 2020, waarin partijen – in verband met de maatregelen die de rechtspraak heeft getroffen in verband met COVID-19 – in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over de gewenste wijze van voortprocederen;
- de B16-formulieren van beide partijen van 19 augustus 2020, waarin partijen de rechtbank eenstemmig hebben verzocht een (fysieke) mondelinge behandeling te bepalen;
- de ambtshalve beschikking van 20 augustus 2020, waarin een datum voor mondelinge behandeling is bepaald;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 9 november 2020 en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- iii) dat hij de Opel daarbij afsneed;
- iv) dat de Opel daardoor moest uitwijken en tegen Ford aanreed.