ECLI:NL:RBDHA:2020:12460
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens herhaalde aanvraag urgentieverklaring zonder nieuwe feiten
Verzoekster heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Delft een urgentieverklaring aangevraagd, welke op 29 september 2020 is afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Den Haag.
De voorzieningenrechter constateert dat verzoekster eerder een soortgelijke aanvraag heeft gedaan die eveneens is afgewezen, en dat het huidige verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is vanwege herhaling zonder nieuwe feiten. Verzoekster stelt dat er sprake is van een nieuw feit, namelijk de diagnose van een depressieve stoornis bij haar dochter.
De rechtbank oordeelt dat de overgelegde medische stukken geen nieuwe feiten of verslechterde omstandigheden aantonen sinds de eerdere aanvraag. De brief van Jeugdpraktijk Groos toont aan dat de depressieve stoornis bij de dochter al sinds de zomer van 2019 bekend is. Er is geen ernstige verslechtering vastgesteld.
Daarom blijft het primaire besluit naar verwachting in stand en is er geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 8 december 2020.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten.