ECLI:NL:RBDHA:2020:12450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag heeft op 26 november 2020 een beschikking gegeven op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, lijdend aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, verblijft sinds juni 2020 in een instelling. De zorgmachtiging sluit aan op een eerdere machtiging die liep tot 12 december 2020.
Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19 maatregelen, gaf betrokkene aan dat het herstel vordert en stemde in met de zorgmachtiging, hoewel hij klachten had over medicatie en een MRI-scan wenste. De advocaat verzocht om verlenging van de machtiging voor zes maanden in plaats van twaalf, met het oog op mogelijke zelfbindingsverklaring en ambulante hulpverlening.
De rechtbank oordeelde dat de ernst van de situatie en het langdurige verblijf in de instelling een machtiging voor twaalf maanden rechtvaardigen. De noodzakelijke vormen van verplichte zorg omvatten onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief. De rechtbank wees het verzoek om zes maanden af en verleende de machtiging tot en met 26 november 2021.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden met noodzakelijke verplichte zorgmaatregelen.