Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[verzoekster sub 1] B.V.,
[verzoekster sub 2] B.V.,
[verzoekster sub 3] B.V.,
[verzoekster sub 4] ,
Rechtbank Den Haag
Verzoeksters hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters die betrokken zijn bij een civiele hoofdzaak. Het verzoek betrof bezwaren tegen de gang van zaken tijdens een comparitie en tegen een tussenvonnis. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien de omstandigheden die aanleiding gaven tot wraking al ruim voor het verzoek bekend waren en geen geldige reden voor het tijdsverloop was gegeven.
Daarnaast werd benadrukt dat wraking niet kan worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen rechterlijke beslissingen. De wrakingskamer stelde vast dat verzoeksters het wrakingsmiddel misbruikten door het indienen van meerdere ongefundeerde verzoeken die de voortgang van de procedure vertraagden en dat zij zittingen gebruikten om hun maatschappelijke visie te uiten in plaats van inhoudelijke wrakingsgronden aan te voeren.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeksters niet meer in behandeling zal worden genomen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en misbruik van het wrakingsmiddel; een volgend wrakingsverzoek wordt niet meer in behandeling genomen.