Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
allen pro forma) en 23 november 2020 (
inhoudelijk).
Rechtbank Den Haag
Op 1 januari 2020 werd een Fiat Punto in brand gestoken in een afgesloten garage onder een flat aan de Laan van Wateringse Veld te Den Haag. Door de brand raakten meerdere voertuigen en het appartementencomplex beschadigd en moesten bewoners worden geëvacueerd, waarbij sommigen medische behandeling kregen vanwege rookinhalatie.
De verdachte, woonachtig in het appartementencomplex, werd ervan verdacht medeplichtig te zijn aan de brandstichting door toegang te verschaffen tot de garage. Medeverdachte 1 bekende de brand te hebben gesticht. De rechtbank onderzocht of de verdachte wist dat medeverdachte 1 de intentie had om brand te stichten toen hij de deur opende.
De verdachte verklaarde dat hij door medeverdachte 2 was gebeld en dacht dat zij wilden chillen in de garage. Hij ontkende kennis te hebben gehad van de brandstichting. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte opzet had op het misdrijf of op zijn behulpzaamheid daarbij.
De officier van justitie en de verdediging stelden beiden voor de verdachte vrij te spreken. De rechtbank sprak de verdachte vrij van medeplichtigheid aan brandstichting. De vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding werden afgewezen wegens de vrijspraak. De voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplichtigheid aan brandstichting wegens gebrek aan bewijs van opzet.