ECLI:NL:RBDHA:2020:12207
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en meerderjarigheid
Eiser, met Libische nationaliteit, vroeg asiel aan met de stelling minderjarig te zijn en mishandeld te zijn in Libië. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardige identiteit en herkomst.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de geregistreerde meerderjarigheid in Griekenland, waar eiser als meerderjarige staat ingeschreven. Eiser kon zijn minderjarigheid niet aantonen met authentieke documenten, ondanks pogingen via de Libische ambassade.
De rechtbank vond het niet onredelijk dat geen voogd werd toegewezen, ondanks verwijzing naar een Zwitserse uitspraak. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.