ECLI:NL:RBDHA:2020:12205
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Soedanese vreemdeling wegens ongeloofwaardigheid van verhaal over eerwraak
Eiser, een Soedanese vreemdeling, vroeg asiel aan op grond van dreiging vanwege de zwangerschap van zijn verloofde en een vermeende moord op haar door haar broers wegens eerwraak. Hij stelde dat hij zelf werd aangevallen en bedreigd, waarna hij zijn huis moest verlaten en uiteindelijk Europa bereikte.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen over de problemen met de familie van zijn verloofde. De rechtbank bevestigt deze afwijzing en stelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt bij terugkeer. De rechtbank weegt mee dat eiser pas maanden na de gestelde incidenten asiel aanvraagt en dat zijn verklaringen over de omstandigheden en de dreiging tegenstrijdig en niet overtuigend zijn.
Ook de overgelegde medische stukken en aangifte van vermissing van zijn broer bieden onvoldoende bewijs voor mishandeling of ontvoering door de familie van zijn verloofde. De rechtbank concludeert dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning asiel en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de Soedanese vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van zijn verhaal.