ECLI:NL:RBDHA:2020:11985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 12 november 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1974. Betrokkene is bekend met een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en heeft sinds 2018 meerdere gedwongen opnames gehad.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan het niet eens te zijn met de machtiging en stelde dat zij genezen is van haar psychose, maar zij wil wel medicatie blijven gebruiken. De psychiater en verpleegkundige gaven aan dat zonder machtiging het risico bestaat dat betrokkene stopt met medicatie en zorg mijdt, wat kan leiden tot ernstig nadeel. De medicatie heeft bijwerkingen, maar het verlagen ervan leidde tot terugkeer van klachten.
De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De zorgmachtiging wordt daarom verleend voor een periode van zes maanden, met de mogelijkheid tot opname onder strikte voorwaarden. De rechtbank benadrukte het belang van het streven naar vrijwillige zorg waar mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte geestelijke gezondheidszorg.