3.3De beoordeling van de tenlastelegging
Bewijsmiddelen
Op 13 juli 2020 omstreeks 05:00 uur werd de getuige [naam getuige] wakker van luide klappen. Hij keek naar buiten en zag een man tegen de deur van de ‘ [bedrijf 1] ’ trappen. Hij zag dat het raam van de deur geheel kapot was. Hierop heeft de getuige de politie gebeld. Hij zag dat de man het pand binnen ging en op een gegeven moment weer uit het pand kwam. De man ging vervolgens richting het [locatie] . De getuige omschreef de man onder andere als zijnde tussen de 1,70 meter en 1,80 meter lang en gekleed in een zwarte hoodie met capuchon met een lichte streep daarop.[naam getuige] verklaarde verder dat, toen hij met de politie belde, er veel tijd gemoeid was met het doorschakelen naar de juiste afdeling.
Op 13 juli 2020 omstreeks 05:06 uur werd de politie door de meldkamer gestuurd naar de [locatie] omdat aldaar een man zou hebben ingebroken bij de ‘ [bedrijf 1] ’ gelegen aan het [ adres bedrijf 1] te ’s-Gravenhage. Volgens de politie is de aanrijtijd met een personenauto vanaf het politiebureau waar zij zich bevonden naar deze locatie maximaal twee minuten. Aan het begin van de [straatnaam] troffen zij een man aan van ongeveer 1,75 meter, met een zwarte trainingsjas met een capuchon waarop aan de bovenzijde een lichtgroene streep zat. In de omgeving hebben zes surveillance-eenheden gezocht. De verdachte was de enige persoon die werd aangetroffen. De man is vervolgens staande gehouden. De politie trof in zijn zakken onder meer een reep van het merk ‘Eat Natural’ aan. Verder werden vier briefjes van € 50, - aangetroffen. Een verbalisant is vervolgens met de reep naar de ‘ [bedrijf 1] ’ gereden. Een verbalisant die reeds in de [bedrijf 1] aanwezig was kwam tot de conclusie dat het type reep dat bij de man werd gevonden ook bij de ‘ [bedrijf 1] ’ werd verkocht en dat de houdbaarheidsdatum van die reep overeen kwam met die van de repen in de winkel. De man werd als de verdachte aangemerkt en is omstreeks 05:18 uur aangehouden.
[naam verbalisant] was op 13 juli 2020 omstreeks 05:13 uur bij de ‘ [bedrijf 1] ’. Hij hoorde van zijn ter plaatse gekomen collega dat bij de verdachte een mueslireep in een paarse verpakking van het merk ‘Eat Natural’ met houdbaarheidsdatum augustus 2020, boven water was gekomen. De verbalisant is de winkel binnen gegaan en is naar beneden gelopen naar het magazijn. Hij zag dat daar verschillende dozen mueslirepen stonden en dat één van deze dozen scheef stond. In die doos lagen repen van het merk ‘Eat Natural’ met een paarse verpakking, met als houdbaarheidsdatum augustus 2020. Voorts zag de verbalisant in een ruimte in het magazijn een kluis waarvan een hendel helemaal verbogen was.
Namens de ‘ [bedrijf 1] ’ gevestigd aan het [ adres bedrijf 1] te ’s-Gravenhage is aangifte gedaan. De [naam aangever 1] verklaarde dat ze zag dat de glazen ruit bij de voordeur er compleet uit lag. Verder zag zij dat er braakschade aan de kluis zat.
Door [naam aangever 2] is aangifte gedaan namens de [bedrijf 2] , gelegen aan het [adres bedrijf 2] te ‘s-Gravenhage. Zij hoorde van de politie dat er was ingebroken. Bij de winkel aangenomen, zag zij dat de ruit van de voordeur in zijn geheel was verwijderd. De kassalade was uit de counter gehaald en de bedrading van de kassalade was losgetrokken. Verder zag zij in het logboek van de kassa dat er vier maal € 50, - in de kassalade zouden moeten zitten, maar dat de lade leeg was.
Door de politie werd bij de [bedrijf 2] , op de ruit die uit de voordeur was getrapt, een schoenspoor aangetroffen. Dit schoenspoor vertoonde overeenkomsten met de schoenzolen van de verdachte.
Bewijsoverwegingen
Naar het oordeel van de rechtbank hebben, gelet op het hierboven genoemde korte tijdsverloop, beide inbraken kort na elkaar plaatsgevonden.
Bij de verdachte is een mueslireep aangetroffen die grote overeenkomsten vertoont met de
repen die bij de [bedrijf 1] zijn aangetroffen, terwijl de doos waar
dierepen in lagen scheef stond ten opzichte van de andere dozen. Tegelijkertijd werden bij de verdachte vier bankbiljetten van € 50, - aangetroffen terwijl bij de [bedrijf 2] diezelfde combinatie van coupures was weggenomen en werd op het glas dat uit de deur was verwijderd een schoenspoor aangetroffen dat overeenkomsten vertoonde met de schoenzolen van de verdachte. Voorts werd, terwijl zes surveillance-eenheden in de omgeving aan het zoeken was, alleen de verdachte op straat aangetroffen. Verder is er de verklaring van de [naam getuige] die de inbraak ziet en een opvallend kenmerk van de kleding van de inbreker beschrijft. De kleding van verdachte heeft datzelfde kenmerk.
Door de verdediging is naar voren gebracht dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten 1 en 2, omdat het tijdsverloop het daderschap van de verdachte uitsluit. Verder wordt aangevoerd dat de biljetten van € 50, - worden verklaard door - kort gezegd - het tegoed van zijn gedetineerdenrekening van € 356,36 dat verdachte bij zijn eerdere vrijlating op 26 juni 2020 uitgekeerd kreeg. De rechtbank overweegt als volgt.
[naam getuige] heeft verklaard dat hij
omstreeks05:00 uur wakker werd van meerdere klappen. Deze formulering laat de mogelijkheid open dat de getuige eerder dan 05:00 uur werd gewekt. Voor zover de raadsman heeft bedoeld te betogen dat, gezien het feit dat de melding om 05:06 uur binnen kwam bij de politie, de getuige omstreeks dat moment de politie heeft gebeld, wordt het volgende opgemerkt. De getuige heeft verklaard dat het enige tijd heeft geduurd voordat hij de juiste afdeling te spreken kreeg, voorts werden verbalisanten om 05:06 door de meldkamer naar de [straatnaam] gestuurd.
Omdat uit de verklaring van [naam getuige] niet volgt op welk tijdstip de verdachte de ‘ [bedrijf 1] ’ heeft verlaten, sluit zijn verklaring niet uit dat de verdachte omstreeks 05:04 uur het feit 3 bij de [bedrijf 2] heeft gepleegd.
Verdachte heeft geen bekende bron van inkomsten en geen vaste woon- of verblijfplaats.
Tussen vrijlating van verdachte en het tenlastegelegde zitten zeker 17 dagen. Volgens de lezing van de verdediging zou, ook zonder inkomstenbron en huisvesting, na die tijd nog
€ 204, - over zijn, exact vier briefjes van € 50, - en verder € 4, - in munten.
Die lezing is, gelet op de specifieke, grote coupures en het tijdsverloop tussen inbraak en aantreffen bij verdachte, onvoldoende om dat aantreffen van de briefjes van € 50, - bij verdachte niet voor het bewijs te gebruiken.
De genoemde feiten en omstandigheden, hoewel elk op zich niet doorslaggevend, leiden in onderlinge samenhang bezien tot het wettig en overtuigend bewijs van de onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten.