ECLI:NL:RBDHA:2020:11866
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking Nederlanderschap en ongewenstverklaring
Verzoeker, geboren in Marokko en sinds 2004 Nederlander, is op 4 mei 2020 het Nederlanderschap ontnomen en ongewenst verklaard vanwege zijn aansluiting bij een terroristische organisatie in Syrië, gebaseerd op een ambtsbericht van de AIVD. Verzoeker stelde dat hij de procedures niet in Nederland kan bijwonen vanwege detentie in Turkije en reisbeperkingen door COVID-19.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de zaak complex is en dat een voorlopig rechtmatigheidsoordeel niet passend is. De belangenafweging weegt het nationale veiligheidsbelang van verweerder tegen het belang van verzoeker om zijn nationaliteit te behouden en de procedures in Nederland bij te wonen.
Gezien de onomkeerbare gevolgen van schorsing van het besluit en het preventieve karakter van de intrekking, wordt het belang van de nationale veiligheid zwaarder geacht. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking Nederlanderschap en ongewenstverklaring wordt afgewezen.