ECLI:NL:RBDHA:2020:11865
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens onvoldoende identiteitserkenning Eritrese asielzoekster
Eiseres, een Eritrese vrouw geboren in 1998 en verblijvend in Ethiopië, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis bij haar verloofde die in Nederland verblijft op basis van een asielvergunning. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiseres haar identiteit niet aannemelijk had gemaakt met officiële documenten en er geen bewijsnood werd aangenomen. Eiseres overhandigde diverse indicatieve documenten, waaronder een doopakte, vluchtelingenkaart en een residence card, maar deze werden door de staatssecretaris niet als substantieel bewijs erkend.
De rechtbank bevestigde dat eiseres geen officiële identiteitsdocumenten had overgelegd en dat de indicatieve documenten onvoldoende betrouwbaar waren. Het onderzoek van Bureau Documenten concludeerde dat de doopakte waarschijnlijk niet authentiek was en de residence card was verouderd en oncontroleerbaar. Ook de Ethiopische vluchtelingenkaart was onvoldoende omdat deze gebaseerd was op eigen opgave en niet op officiële Eritrese documenten. De stelling van eiseres dat zij vanwege militaire dienstplicht geen identiteitsbewijs kon aanvragen, werd niet onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht geen bewijsnood aannam en dat de aanvraag terecht werd afgewezen. De na het bestreden besluit opgemaakte huwelijksakte kon niet worden meegewogen bij de beoordeling. Er was geen aanleiding tot nader onderzoek en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit van eiseres.