ECLI:NL:RBDHA:2020:11777
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens COVID-19 maatregelen en volksgezondheidsrisico
Eisers, met de Indiase nationaliteit, vroegen op 25 september 2019 een visum kort verblijf aan voor familiebezoek in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvragen aanvankelijk af wegens onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf, onvoldoende middelen van bestaan en twijfel over het vertrek voor het verstrijken van het visum.
Bij het bestreden besluit van 2 april 2020 verwierp de minister het bezwaar van eisers en handhaafde de afwijzing op grond van de Visumcode en de Schengengrenscode, vanwege tijdelijke beperkingen door de COVID-19-pandemie en het gevaar voor de volksgezondheid.
Eisers voerden in beroep aan dat het besluit onzorgvuldig was en niet deugdelijk gemotiveerd, en dat verweerder willekeurig handelde door in soortgelijke zaken wel inhoudelijk te toetsen. De rechtbank oordeelde dat verweerder een ruime beoordelingsmarge heeft en dat COVID-19 een epidemische ziekte is die een categorische weigering rechtvaardigt.
De rechtbank stelde vast dat eisers niet tot uitzonderingscategorieën behoorden en dat de minister terecht de aanvragen afwees vanwege het gevaar voor de volksgezondheid. Willekeur was niet aannemelijk gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de visumaanvragen wegens COVID-19-gerelateerde volksgezondheidsrisico's.