ECLI:NL:RBDHA:2020:11775
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens COVID-19 maatregelen en volksgezondheidsrisico
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een visum kort verblijf om zijn zus in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag aanvankelijk af wegens onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf, onvoldoende relatieaantoning, onvoldoende middelen van bestaan en onzekerheid over vertrek vóór het verstrijken van het visum.
Bij het bestreden besluit werd het bezwaar van eiser afgewezen op grond van tijdelijke COVID-19 maatregelen die niet-essentiële reizen naar de EU beperken ter bescherming van de volksgezondheid. Eiser stelde dat hij gehoord had moeten worden en dat het bezwaar niet inhoudelijk was beoordeeld, maar de rechtbank oordeelde dat de minister een ruime beoordelingsmarge heeft en een nieuwe weigeringsgrond mocht hanteren.
De rechtbank overwoog dat het coronavirus een gevaar voor de volksgezondheid vormt en dat eiser als reiziger uit het buitenland een potentiële bedreiging is, waardoor de afwijzing terecht was. Ook werd geoordeeld dat het niet nodig was om te wachten met de beslissing op bezwaar. Tenslotte oordeelde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en dat er geen proceskostenveroordeling wordt opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de visumaanvraag wegens COVID-19 maatregelen en volksgezondheidsrisico.