ECLI:NL:RBDHA:2020:11773
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning tijdelijke humanitaire gronden wegens onvoldoende bewijs huiselijk geweld
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden omdat zij slachtoffer was van huiselijk geweld. Haar eerdere verblijfsvergunning was ingetrokken en zij beschikte niet over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet kon terugkeren naar Marokko om zich aan het geweld te onttrekken, zoals vereist volgens het beleid en de wetgeving.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd dat zij ook in Marokko gevaar liep, onder meer omdat de bedreigingen van haar ex-echtgenoot in Nederland plaatsvonden en de overgelegde documenten niet betrouwbaar waren. Daarnaast kon eiseres niet vrijgesteld worden van het mvv-vereiste, ook niet op grond van de hardheidsclausule, ondanks haar persoonlijke omstandigheden en medische klachten.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het argument dat de coronapandemie een terugkeer tijdelijk onmogelijk maakte. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard.