ECLI:NL:RBDHA:2020:11633
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over benoeming deskundige in strafzaak ontucht minderjarigen
De verdachte wordt verdacht van ontuchtige handelingen bij drie minderjarigen en heeft verzocht om prof. Van Koppen als deskundige te benoemen voor onderzoek naar de betrouwbaarheid van verklaringen. De rechter-commissaris benoemde echter F.H. Poletiek als deskundige, omdat de objectiviteit van prof. Van Koppen niet gewaarborgd was en er onduidelijkheid bestond over het contact tussen de verdediging en deze deskundige.
De verdediging maakte bezwaar tegen deze beslissing en verzocht alsnog om prof. Van Koppen te laten rapporteren, ook op grond van artikel 230 lid 2 Sv Pro. Dit verzoek werd afgewezen omdat het rapport van Poletiek nog niet beschikbaar was en de situatie van artikel 230 lid 2 Sv Pro zich niet voordeed.
De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris terecht een andere deskundige heeft benoemd in het belang van het onderzoek, mede vanwege twijfels over de objectiviteit van de door de verdediging voorgedragen deskundige. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees er verder op dat de verdediging na afloop van de zaak een vergoeding kan verzoeken voor de kosten van een deskundigenonderzoek op grond van artikel 529 Sv Pro.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de benoeming van een andere deskundige dan door de verdediging voorgedragen is ongegrond verklaard.