Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2020:11590

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 november 2020
Publicatiedatum
16 november 2020
Zaaknummer
C/09/601692 / FA RK 20-7657
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wet zorg en dwangArt. 3.2.3 Wet langdurige zorgArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek machtiging voortzetting inbewaringstelling cliënt met COVID-19

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft een verzoek ingediend tot machtiging voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt die momenteel verblijft op een COVID-19-afdeling. De cliënt, geboren in 1944, wenst terug te keren naar haar appartement en geeft aan weinig last te hebben van COVID-19.

Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de cliënt dat zij graag haar dagelijkse activiteiten wil hervatten, zoals wandelen en naar de markt gaan. De behandelend arts gaf aan dat de cliënt weinig COVID-klachten heeft, maar dat toezicht nodig is bij medicatie-inname. De casemanager meldde een achteruitgang in de thuissituatie, zorgmijdend gedrag en zorgen over medicatie-inname en voeding. Er is sprake geweest van dwalen buiten het complex, wat niet met thuiszorg kan worden opgevangen.

De burgemeester had op 28 oktober 2020 een last tot inbewaringstelling afgegeven. De rechtbank oordeelt echter dat er geen sprake is van een crisissituatie of onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat gedwongen opname rechtvaardigt. De rechtbank wijst het verzoek tot machtiging af en benadrukt dat eerst alle thuismogelijkheden moeten worden uitgeput voordat opname wordt overwogen.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van een crisissituatie of onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/601692 / FA RK 20-7657
Datum beschikking: 02 november 2020

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikkingnaar aanleiding van het op 29 oktober 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[de vrouw] ,

hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedag] 1944,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. T.G. Brown-Knip te Zoetermeer.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 oktober 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking van de burgemeester van de gemeente Zoetermeer van 28 oktober 2020;
- de op 28 oktober 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige [arts] , die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was;
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 28 september 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 02 november 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:
- cliënt;
- de advocaat;
- de behandelend [arts van de Covid-afdeling] in aanwezigheid van cliënt;
- de [verpleegkundige in opleiding] in aanwezigheid van cliënt;
- de [basisarts] , in aanwezigheid van cliënt.
Allen werken mee aan deze wijze van horen.

Standpunten ter zitting

Cliënt heeft verklaard dat het goed met haar gaat. Zij wil snel terug naar haar appartement. Cliënt wil weer leuke dingen doen, dat mist zij. Cliënt ging altijd met een groepje wandelen, zo’n tien kilometer en dan wat drinken met elkaar. Ook ging zij graag even naar de markt. Cliënt schrijft op wat zij uitgeeft en nou ja, ze doet wat iedere huisvrouw doet. Dat cliënt nu corona heeft, is niet iets waar zij om heeft gevraagd. Het is niet waar dat de buren last van haar hebben. Wat betreft de medicatie die volgens de behandelend arts onder toezicht gegeven moet worden heeft cliënt verklaard dat dit ook thuis kan. Er komt twee keer per week thuiszorg. Zij ruimen op en stofzuigen.
De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit. Cliënt wil niet opgenomen worden. De rechterlijke machtiging is niet bedoeld om cliënt opgenomen te laten blijven zolang zij covid heeft. Daarnaast zijn de mogelijkheden thuis nog niet uitgeput. Daar moet zorgvuldig naar gekeken worden.
De behandeld arts heeft verklaard dat cliënt, wat covid betreft, weinig last heeft. Op de afdeling kan ze zichzelf wassen en kleden. Eten doet ze ook helemaal zelf. Op de voorgrond staat dat cliënt blijft aangeven dat ze naar haar appartement wil. Op dit moment heeft zij geen covid-klachten. Voor het innemen van de medicatie heeft cliënt toezicht nodig. De arts is niet betrokken geweest in de thuissituatie van cliënt. Hij heeft wel telefonisch contact opgenomen met de [casemanager] Volgens haar is cliënt de laatste tijd in de thuissituatie achteruit gegaan. In september heeft zij een Wlz indicatie gekregen. Cliënt gedraagt zich zorgmijdend. De thuiszorg zou twee keer in de week komen, maar wordt geweigerd. Volgens de casemanager was er ook sprake van afvallen. Verder waren er ook zorgen om de inname van medicatie en het eten en drinken. Er is ook sprake geweest van dwalen in het complex en daarbuiten. Dat kan niet met thuiszorg worden opgevangen omdat zij er niet continu zijn. Ook zouden buren zich zorgen maken.
Voor wat het ernstig nadeel betreft; de behandelend arts heeft gelezen dat cliënt onder andere dwaalt bij de buren. De buren ondervinden overlast van haar en dit kan ook nadelig voor cliënt zijn. Haar lichamelijk conditie is ook achteruit gegaan. Cognitief was sprake van een achteruitgang. Op de afdeling heeft cliënt structuur en aandacht en het lijkt goed te gaan. De behandelend arts kan geen uitspraak doen hoe het zal gaan als cliënt naar huis mag gaan. In de covid-periode moet gekeken worden hoe het met haar gaat en dan wordt ze overgeplaatst. Morgen staat een disciplinair overleg gepland. Dan wordt er beslist of iemand met ontslag kan. Cliënt hoeft niet perse op de huidige afdeling te blijven.
De verpleegkundige heeft verklaard dat de medicatie-inname een aandachtspunt is. Als aan cliënt medicatie wordt gegeven, en de verpleging draait zich even om, haalt cliënt het uit haar mond.
De basisarts heeft uitgelegd dat er een Covid-protocol is en aan de hand van bepaalde criteria kan vastgesteld worden dat een patiënt coronavrij is. Als cliënt naar een andere afdeling binnen de zorg geplaatst moet worden, moet zij eerst een negatieve coronatest hebben. Morgen wordt op basis van de ziektedagen besproken hoe lang ze nog moet blijven. Het viel de arts op dat er wel een opname werd voorbereid en een indicatie was aangevraagd.

Beoordeling

Op 28 oktober 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Zoetermeer ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling afgegeven.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is thans niet gebleken dat er dermate sprake is van een crisissituatie en van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat cliënt gedwongen opgenomen moet blijven en een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Er moet wel worden gekeken wanneer het verantwoord is om cliënt van de covid- afdeling af te laten gaan. Vervolgens moet de volgende stap worden onderzocht en daarbij moeten alle opties eerst uitgeput zijn alvorens een opname wordt overwogen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, bijgestaan door A.E. Babulall-Balkaran als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 02 november 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 13 november 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.