ECLI:NL:RBDHA:2020:11490
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker, met de Guinese nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting maakten partijen geen gebruik van hun recht om gehoord te worden, waarna de rechtbank het onderzoek op 3 september 2020 sloot.
Op 8 september 2020 deed de voorzieningenrechter uitspraak dat het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, omdat de hoofdzaak inmiddels was behandeld in zaaknummer NL20.15384. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.