ECLI:NL:RBDHA:2020:11489
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens Dublinverordening
Eiser, met de Guinese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder nam het verzoek niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt, onder meer vanwege het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand en het ontbreken van een 'fair trial'. Hij verwees naar rapporten van AIDA en ECRE ter onderbouwing.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag aannemen dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt. Het Duitse systeem met betrekking tot rechtsbijstand is in overeenstemming met de Procedurerichtlijn en het Handvest. De verwijzingen naar rapporten waren onvoldoende concreet om een structurele tekortkoming aan te tonen. Bovendien heeft Duitsland het verzoek tot terugname geaccepteerd, waarmee zij de behandeling van de aanvraag garandeert.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het asielverzoek niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-inbehandelingname van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Duitsland wordt ongegrond verklaard.