ECLI:NL:RBDHA:2020:11375

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 oktober 2020
Publicatiedatum
11 november 2020
Zaaknummer
NL20.16593
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens eerdere bescherming in Griekenland

Eiser, een Jemenitische staatsburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser reeds internationale bescherming geniet in Griekenland.

Eiser betwistte niet dat hij bescherming in Griekenland heeft, maar stelde dat hij aldaar geen effectief klachtrecht kon uitoefenen vanwege het ontbreken van medische behandeling en het niet serieus nemen van aangiftes door de Griekse autoriteiten. De rechtbank vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt.

De rechtbank overwoog dat eiser niet heeft aangetoond dat het onmogelijk is om in Griekenland hoger beroep te doen tegen het niet adequaat reageren op klachten. Ook de verwijzing naar publicaties over misstanden in de Griekse opvang kon eiser niet baten, omdat hij geen asielzoeker meer is maar een statushouder.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.16593

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Bom),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).

ProcesverloopBij besluit van 7 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL20.16594, plaatsgevonden op 14 oktober 2020. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1984 en de Jemenitische nationaliteit te bezitten.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelt zich op het standpunt dat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser al door de autoriteiten van Griekenland in het bezit is gesteld van internationale bescherming.
3. Op wat eiser daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Eiser betwist niet dat hij al internationale bescherming heeft in Griekenland. Hij stelt echter dat verweerder ten onrechte heeft overwogen dat hij aldaar gebruik kan maken van zijn klachtrecht, omdat er daarvoor in de praktijk geen mogelijkheden zijn.
5. De rechtbank volgt eiser niet in deze stelling. Eiser heeft deze stelling namelijk onvoldoende onderbouwd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij het gestelde uitblijven van medische behandeling aan zijn oog en de gestelde bedreigingen en mishandelingen die hij in Griekenland zou hebben meegemaakt niet aan de orde kan stellen bij de Griekse autoriteiten. Eiser heeft verklaard dat de Griekse politie zijn aangiftes niet in behandeling zou hebben genomen. Echter is niet gestaafd dat deze aangiftes daadwerkelijk zijn gedaan. Bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat het niet mogelijk zou zijn om in Griekenland bij hogere autoriteiten op te komen tegen het niet adequaat reageren op aangiftes.
6. Eiser stelt dat er diverse publicaties zijn die verslag doen van misstanden binnen de opvang en bescherming van asielzoekers. Onduidelijk blijft echter op welke publicaties wordt gedoeld. Bovendien zouden deze publicaties eiser niet kunnen baten. Hij is immers geen asielzoeker meer, maar een begunstigde van internationale bescherming.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid vanmr. A.S. Hamans, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.