ECLI:NL:RBDHA:2020:11375
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens eerdere bescherming in Griekenland
Eiser, een Jemenitische staatsburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser reeds internationale bescherming geniet in Griekenland.
Eiser betwistte niet dat hij bescherming in Griekenland heeft, maar stelde dat hij aldaar geen effectief klachtrecht kon uitoefenen vanwege het ontbreken van medische behandeling en het niet serieus nemen van aangiftes door de Griekse autoriteiten. De rechtbank vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt.
De rechtbank overwoog dat eiser niet heeft aangetoond dat het onmogelijk is om in Griekenland hoger beroep te doen tegen het niet adequaat reageren op klachten. Ook de verwijzing naar publicaties over misstanden in de Griekse opvang kon eiser niet baten, omdat hij geen asielzoeker meer is maar een statushouder.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.