Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam 2],
[Naam 3]en
[Naam 4]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Syrische vrouw met drie minderjarige kinderen, diende een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat uit het Eurodac-systeem bleek dat eiseres reeds internationale bescherming genoot in Duitsland.
Eiseres voerde aan dat de registratie in Eurodac onvoldoende actueel was en dat zij in Duitsland opnieuw bedreigd werd zonder adequate bescherming. Zij overlegde vertaalde chatberichten ter onderbouwing van haar bedreigingen en foto’s van afspraken bij een gezondheidscentrum ter ondersteuning van psychische klachten bij haarzelf en haar dochter.
De rechtbank oordeelde dat de registratie in Eurodac actueel en duidelijk was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel meebrengt dat Duitsland haar bescherming biedt. De stellingen over onvoldoende bescherming en psychische klachten waren onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.