ECLI:NL:RBDHA:2020:11367
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht op 5 juli 2019 om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), omdat reizen gelet op zijn gezondheidstoestand onverantwoord zou zijn. De Staatssecretaris wees dit verzoek af, onder meer omdat niet aannemelijk was dat eiser op het moment van het besluit in Nederland verbleef en omdat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat hij wel degelijk in Nederland verbleef en dat de medische situatie door het Bureau Medische Advisering (BMA) had moeten worden onderzocht. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij in Nederland verbleef, mede omdat hij niet had gereageerd op een oproep van de IND en dat de ingebrachte medische stukken onvoldoende waren om te concluderen dat reizen onverantwoord was.
De rechtbank overwoog verder dat de Staatssecretaris terecht had afgezien van het horen van eiser, omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. Ook werd het interstatelijk vertrouwensbeginsel toegepast, waarbij wordt aangenomen dat de Italiaanse autoriteiten medische zorg kunnen bieden en dat een fit-to-fly beoordeling zal plaatsvinden.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van uitstel van vertrek is ongegrond verklaard.