ECLI:NL:RBDHA:2020:11366
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond op afwijzing EU-verblijfsdocument wegens onvoldoende zorg- en opvoedingstaken
Eiseres, afkomstig uit Marokko, woont sinds december 2018 met haar Nederlandse echtgenoot en twee kinderen in Nederland. Zij verzocht om een EU-verblijfsdocument op grond van het arrest Chavez-Vilchez, stellende dat zij zorg- en opvoedingstaken verricht voor haar kinderen en dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat haar kinderen de EU zouden moeten verlaten als haar aanvraag wordt afgewezen.
Verweerder betwistte dat eiseres daadwerkelijk zorg- en opvoedingstaken verrichtte, en vond de overgelegde stukken onvoldoende. De rechtbank stelde vast dat het niet in geschil was dat de kinderen altijd bij eiseres hadden gewoond, zowel in Marokko als in Nederland, en dat eiseres daadwerkelijk zorg- en opvoedingstaken verrichtte. Verweerder had onvoldoende onderzoek gedaan naar de afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiseres te vergoeden. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het EU-verblijfsdocument wordt vernietigd.