ECLI:NL:RBDHA:2020:11363
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Irak wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende humanitaire gronden
Eisers, een Iraaks gezin met een moeder en haar twee kinderen, vroegen asiel aan vanwege een incident waarbij de gehandicapte zoon betrokken was en de daaropvolgende problemen met de buren. De zoon heeft het Syndroom van Down en ernstige hartproblemen. De moeder stelde dat zij en haar gezin in Irak niet veilig waren en dat haar zoon niet als mens werd behandeld.
De rechtbank oordeelde dat het verhaal over de burenruzie en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig was, onder meer omdat eiseres onvoldoende details kon geven en haar verklaringen bevreemdend waren. Ook werd onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de zoon vanwege zijn handicap en medische situatie een reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer naar Irak.
Verder werd het verzoek om een verblijfsvergunning op humanitaire gronden afgewezen omdat niet was voldaan aan de hoge eisen voor bijzondere en schrijnende omstandigheden. De rechtbank vond dat verweerder de situatie van de zoon en het gezin zorgvuldig had beoordeeld en dat het ontbreken van een onafhankelijk advies terecht was.
Tot slot wees de rechtbank het verzoek om de zaak aan te houden af, omdat een asielaanvraag individueel beoordeeld moet worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.