ECLI:NL:RBDHA:2020:11280
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening bij toekenning rijbewijs
Verzoeker heeft bij de rechtbank een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de RDW om zijn aanvraag voor een Nederlands rijbewijs af te wijzen. Na het indienen van bezwaar heeft de RDW het bezwaar ongegrond verklaard, maar op grond van een coulanceregeling alsnog het rijbewijs toegekend. Hierop trok verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:75a Awb alleen proceskostenveroordeling mogelijk is wanneer het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig herziet dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig wordt erkend. In dit geval handhaafde de RDW het primaire besluit formeel, maar nam zij de aanvraag opnieuw in behandeling vanwege een nieuwe coulanceregeling.
De voorzieningenrechter concludeert dat dit geen tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb is, omdat de intrekking niet voortkomt uit herziening van het besluit maar uit nieuwe feiten en omstandigheden. Daarom wordt het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door het bestuursorgaan.