ECLI:NL:RBDHA:2020:11176
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming gehandicaptenparkeerplaats
Eiser had een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats afgewezen zien worden door verweerder, waarna ook het bezwaar ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure heeft de rechtbank het onderzoek geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen nadere informatie te verstrekken. Verweerder nam vervolgens een nieuw besluit waarbij alsnog een gehandicaptenparkeerplaats werd toegekend aan eiser. Hierop trok eiser het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan eiser was tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a Awb, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond was. Tevens stelde de rechtbank vast dat het primaire besluit was herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, waardoor ook de kosten in de bezwaarfase voor vergoeding in aanmerking kwamen.
De proceskosten werden vastgesteld op € 2.100,- op basis van de door een derde verleende rechtsbijstand, met een puntensysteem conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wees de rechtbank erop dat eiser het betaalde griffierecht van € 47,- bij verweerder kan declareren. De uitspraak werd gedaan door rechter J.B. Wijnholt op 2 oktober 2020.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 2.100,- aan proceskosten aan eiser na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.