Uitspraak
[verdachte] ,
De procedure
- de gemachtigde raadsman mr. W.S. Korteling, namens de verdachte;
- de officier van justitie, mr. R. Klee
Rechtbank Den Haag
In deze strafzaak heeft het openbaar ministerie een vordering ingediend op grond van artikel 324 van Pro het Wetboek van Strafvordering om het onderzoek tussentijds te heropenen. Deze vordering was gericht op het herroepen van eerdere beslissingen omtrent de verstrekking van een Blu-Ray speler aan de verdediging, zodat de verdediging de grote bestanden met videobeelden beter kan bekijken.
De verdediging gaf aan dat zij niet over de benodigde apparatuur beschikt om de Blu-Ray disc af te spelen en wenste een selectie van relevante beelden te ontvangen. Het OM stelde dat het niet verplicht is om een Blu-Ray speler te verstrekken en dat alternatieven, zoals het bekijken van de beelden op afspraak bij de politie, mogelijk zijn. De rechtbank oordeelde dat de vordering ontvankelijk was, maar dat niet was voldaan aan de spoedeisendheid die vereist is voor tijdelijke heropening van het onderzoek.
De rechtbank overwoog dat de situatie geen onmiddellijke noodzaak tot heropening van het onderzoek rechtvaardigt, omdat de verdediging op andere wijze kennis kan nemen van de beelden. De vordering werd daarom afgewezen. De inhoudelijke behandeling van de zaak stond gepland voor 2 december 2020 en het belang van proceseconomie was onvoldoende om de spoedeisendheid aan te nemen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Den Haag op 20 oktober 2020, waarbij drie rechters betrokken waren.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tijdelijke heropening van het onderzoek af wegens het ontbreken van spoedeisendheid.