ECLI:NL:RBDHA:2020:11066
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Gambiaanse wegens onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM
Eiseres, een vrouw met de Gambiaanse nationaliteit, heeft asiel aangevraagd wegens gedwongen uithuwelijking, huiselijk geweld en discriminatie vanwege haar Fula etniciteit. Zij heeft verklaard dat zij mishandeld en seksueel misbruikt is door haar echtgenoot en later ook door een Nederlandse man die haar hielp ontsnappen.
De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat de discriminatie niet ernstig genoeg is om haar als vluchteling aan te merken en omdat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank bevestigt dat de incidenten binnen de huiselijke kring niet vallen onder vervolgingsgronden van het Vluchtelingenverdrag en dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat zij geen bescherming kan krijgen van de Gambiaanse autoriteiten.
Hoewel de rechtbank erkent dat de Fula in Gambia discriminatie ondervinden, is niet gebleken dat de persoonlijke situatie van eiseres zodanig ernstig is dat haar leven onhoudbaar is. Ook is vastgesteld dat zij onderwijs kon volgen, medische zorg ontving en legaal het land kon verlaten.
De rechtbank concludeert dat eiseres onvoldoende inspanningen heeft verricht om bescherming in Gambia te verkrijgen en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning wordt afgewezen.