ECLI:NL:RBDHA:2020:10914
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunningaanvraag
Verzoeker, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk bij besluit van 3 juni 2020. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De behandeling van het verzoek vond plaats op 20 juli 2020 via een Skype-beeldverbinding, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren. De rechtbank had echter reeds op hetzelfde moment uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.12217).
Omdat de rechtbank al op het beroep had beslist, was het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer ontvankelijk. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en is op 30 juli 2020 bekendgemaakt.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.