ECLI:NL:RBDHA:2020:10778
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onduidelijke aanvraag en onvoldoende motivering
Eiseres diende op 3 maart 2017 een aanvraag in voor een reguliere verblijfsvergunning onder de aanduiding '8 EVRM/humanitair' met een subsidiaire aanvraag om uitstel van vertrek. Na diverse correspondentie en een verleende verblijfsvergunning voor medische behandeling, handhaafde eiseres haar primaire aanvraag. Verweerder kwalificeerde de aanvraag echter als een verzoek om een verblijfsvergunning op grond van de oude discretionaire bevoegdheid voor schrijnende omstandigheden en wees deze af.
De rechtbank constateert dat de aanvraag gedurende de procedure steeds onduidelijker werd door verschillende aanduidingen van beide partijen. Verweerder heeft nagelaten om in geval van twijfel contact te zoeken met eiseres om de aard van de aanvraag te verduidelijken, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Tevens ontbreekt in het bestreden besluit een kenbare beoordeling op basis van de door eiseres aangevoerde humanitaire gronden.
Gelet op de niet-bestreden bijzondere omstandigheden van eiseres, waaronder medische problematiek en nauwe familiebanden, en de onzorgvuldige en onvoldoende gemotiveerde besluitvorming, verklaart de rechtbank het beroep gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.