ECLI:NL:RBDHA:2020:10776
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsdocument wegens ontbreken bewijsnood paspoortvereiste
Eiser, van Guinese nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument op grond van afgeleid verblijfsrecht via zijn minderjarige Nederlandse dochter. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende ondubbelzinnig bewijs van identiteit en nationaliteit, mede omdat eiser geen geldig paspoort kon overleggen.
Eiser stelde bewijsnood ten aanzien van het paspoortvereiste, omdat de Guinese ambassade geen paspoort kon afgeven. De rechtbank oordeelde dat bewijsnood niet is aangetoond, omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij niet naar Guinee kon reizen om een paspoort te verkrijgen. Het enkele feit dat de ambassade in Brussel geen paspoort verstrekt, is onvoldoende.
De rechtbank volgde het beleid dat paspoort of identiteitskaart de primaire bewijsstukken zijn, en dat andere documenten slechts in aanmerking komen als bewijsnood bestaat. Omdat bewijsnood ontbrak, kwam de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de overige documenten.
Verder werd het beroep op schending van de hoorplicht verworpen, omdat verweerder redelijkerwijs kon afzien van horen gezien de inhoud van het bezwaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen bewijsnood voor het ontbreken van een paspoort heeft aangetoond.